Atwoods Oryx and Crake en Gilliams Twelve Monkeys: de imaginaire coherentie van de utopie en de kracht van virale fragmentatie Lezing door Frans-Willem Korsten (Leiden University Centre for the Arts in Society)

Virussen: bestaande werelden vernietigen

Virussen zijn sinds het begin van hun ontdekking nog niet zo lang geleden – aan het eind van de 19e eeuw – een favoriete aanwezigheid in science fiction en dan zeker in de dystopische varianten daarvan. In een lezing die ingaat op twee vergelijkbare kunstwerken, namelijk Margaret Atwoods Oryx and Crake (2003) en Terry Gilliams Twelve Monkeys (1995), verkennen we nader waarom juist het virus zo geschikt is om de utopische mogelijkheid te doen omslaan in die van de dystopie. Een reden is dat utopisch denken altijd uitgaat van een wereld die op of andere manier coherent is, of heel, of harmonisch. Het virus staat hier haaks op omdat het zelf, biologisch gezien, fragmentarisch is. Virussen zijn geen cellen maar ‘particles’: ‘a piece of bad news wrapped up in protein’. Een tweede reden is dat een utopische wereld altijd een wereld op zich is, als een soort van bubbel. Het virus is in de aard parasitair, het komt de wereld van de cel binnen via een receptor, en verandert dan de cel van binnenuit, zichzelf onderwijl vermenigvuldigend, waardoor de cel uiteindelijk leeg wordt gegeten of explodeert. Een derde reden is dat de utopie resultaat is van een (technologisch) maakbare wereld. In de laatste decennia is de akelige kant daarvan geworden dat ook virussen maakbaar, manipuleerbaar zijn. In zowel Atwoods roman Oryx and Crake als in Twelve Monkeys, wordt de mensheid uitgeroeid (althans bijna) door een door mensen zelf gemanipuleerd virus. Een vierde reden is dat een utopische wereld bestaat bij de gratie van een bewuste blauwdruk die de uiteindelijke uitkomst stuurt of controleert. Virussen zijn in hun aard oncontroleerbaar, zowel in hun snelle verspreiding als in hun genetische variabiliteit die puur tot stand komt op basis van toeval. Een vijfde reden, tot slot, zit hem hierin dat elk utopisch denken, in de analyse van filosoof Hans Achterhuis, bestaat bij de gratie van het feit dat de bestaande wereld eerst moet worden vernietigd om de nieuwe wereld te realiseren. Laat dat nu precies zijn waar virussen goed in zijn: bestaande werelden vernietigen.

Over Prof.dr. F.W.A. (Frans-Willem) Korsten

Frans Willem Korsten

Frans-Willem Korsten is bijzonder hoogleraar ‘Literatuur en samenleving’ aan de Erasmus School of History, Culture and Communication en universitair hoofddocent bij de opleiding Film- en Literatuurwetenschap van LUCAS: Leiden University Centre for the Arts in Society. Hij publiceerde Lessen in Literatuur (3e druk 2009), Vondel belicht (2006) en Sovereignty as Inviolability (2009) en is de co-editor van Joost van den Vondel: Dutch Playwright in the Golden Age (2012). Dit najaar komt A Dutch Republican Baroque: Theatricality, Dramatisation, Moment and Event uit. Op dit moment onderzoekt hij samen met Yasco Horsman (UL) en een ploeg promovendi hoe literatuur en kunst functioneren op de limieten van recht, en met Tessa de Zeeuw werkt hij aan een boek over Deleuze’s idee van een ethiek van wording. Hij is drie keer genomineerd geweest als beste docent van de Universiteit Leiden en in 2015 kreeg hij de prijs ‘Beste promotor van Nederland’. Hij was ook tutor aan, en is docent bij het Piet Zwart Institute in Rotterdam waar hij samenwerkt met kunstenaars in de ma-opleiding.

Tickets voor de lezing

De lezing vindt plaats op vrijdag 3 november om 18.00 uur op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden (Kamerlingh Onnes Gebouw, Steenschuur 25, 2311 ES, Leiden). De lezing is de tweede in de nieuwe reeks van Recht en Literatuur Leiden over utopieën en dystopieën. Tickets (gratis!) voor de lezing zijn verkrijgbaar via Eventbrite of Facebook.